Hoe ziet een VMBO-opleiding er tegenwoordig uit?
De huidige vorm van het VMBO stamt uit 1999. Deze voorbereiding op het middelbaar beroepsonderwijs is ingevoerd om leerlingen beter te laten slagen in vervolgopleidingen én op de arbeidsmarkt. Naast kennis komen daarin algemene vorming, beroepsvaardigheden en sociale vaardigheden aan bod. Als leerlingen hun VMBO-opleiding hebben afgerond, moeten ze nog verder leren om een startkwalificatie voor de arbeidsmarkt te behalen.
Uitgestelde beroepskeuze
De V in VMBO staat voor voorbereidend. Dat geeft al aan dat het hier niet om een eindopleiding gaat, maar om een stap die voorafgaat aan een vakopleiding. De beroepskeuze wordt uitgesteld. Leerlingen oriënteren zich op verschillende sectoren en leren welke uitdagingen en dilemma's er spelen. Dat doen ze met hun hoofd, handen en hart - ze doen kennis op, werken in de praktijk en ontdekken op die manier waar hun passie ligt. In hun ontwikkelings- proces is niet meer de vraag 'Wat wil ik worden', maar 'Wie ben ik, wat kan ik en wat vind ik leuk' het belangrijkst.
Opbouw van de VMBO-opleiding
*
LTS = Lagere Technische School
LEAO = Lager Economisch en Administratief Onderwijs
MAVO = Middelbaar Algemeen Voortgezet Onderwijs
VBO = Voorbereidend Beroepsonderwijs
VMBO = Voorbereidend Middelbaar Beroeps Onderwijs
De basisvorming beslaat de eerste twee jaren van de opleiding. Door veel vakken te volgen en vaardigheden te ontwikkelen ontdekken leerlingen hun talenten en mogelijkheden. In het derde en vierde jaar (de bovenbouw) kent het Zaanse VMBO een breed aanbod van leerwegen, sectoren en afdelingen.
Leerwegen
Theoretische leerweg: sluit aan op opleidingen niveau 3 of 4 in het MBO (opleidingen gericht op middenkader- of specialistenfuncties) of het vierde leerjaar HAVO
Gemengde leerweg: opleiding met beroepsgericht vak Technologie, sluit aan op opleidingen niveau 3 of 4 in het MBO (opleidingen gericht op middenkader- of specialistenfuncties) of het vierde leerjaar HAVO
Kaderberoepsgerichte leerweg: sluit aan op opleidingen niveau 3 of 4 in het MBO (opleidingen gericht op middenkader- of specialistenfuncties)
Basisberoepsgerichte leerweg: sluit aan op een opleiding niveau 2 in het MBO (opleidingen gericht op uitvoerende functies)
Basisberoepsgerichte leerweg/leerwerktraject: sluit aan een verwante opleiding niveau 2 in het MBO (opleidingen gericht op uitvoerende functie)
Het MBO, waar leerlingen na het VMBO naar doorstromen, kent twee leerwegen: de Beroeps Opleidende Leerweg (BOL) en de Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL). Bij de BOL-opleidingen ligt het accent op de theorie. Leerlingen brengen dan de meeste tijd door op school en wisselen dat af met stageperiodes. Bij de BBL opleidingen bestaat 70% van de studietijd uit praktijk en 30% uit theorie. Leerlingen werken in deze leerweg over het algemeen vier dagen per week in een bedrijf en zijn één dag op school. Het eindniveau van beide leerwegen is gelijk.
Sectoren en afdelingen
In Zaanstad kunnen VMBO-leerlingen kiezen uit de volgende sectoren en afdelingen:
| Sector | Afdelingen |
| Techniek | Bouwtechniek |
| | Elektrotechniek |
| | Metaaltechniek |
| | Instalektro |
| | Techniek-breed |
| | |
| Economie | Administratie |
| | Handel & administratie |
| | Mode & commercie |
| | Consumptief |
| | (horeca, toerisme en voeding) |
| | |
| Zorg & Welzijn | Verzorging |
| | Uiterlijke verzorging |
| | Zorg & Welzijn breed |
| | Sport, dienstverlening en veiligheid |